Gescheiden kinderen van presterende ouders
Weinig kansen op basisschool
Een drukke baan combineren met een gezinsleven en jonge kinderen is voor velen niet gemakkelijk. Dus dit is zijn voorland. Geïnteresseerd is hij in het opvoeden van kinderen. Niet alleen persoonlijk, ook vanwege zijn werk heeft hij er mee te maken. De basisschool leeftijd heeft zijn speciale aandacht. Immers de kinderen van bijvoorbeeld van André Rouvoet zijn ouder.
Van Middelkoop las óok voor op de nationale voorleesdag, maar omdat Eimert minister is van defensie, heeft Eimert weinig met ontwikkeling van kinderen te maken. Gescheiden kinderen in de klas krijgen van hun vader soms een googelaarshoed cadeau. Maar hun vader mag te weinig bij hen zijn, zodat deze kinderen het toveren vaak niet aan hun eigen kinderen zullen kunnen doorgeven.
Het onderwijssysteem dat de kinderen moet voorbereiden faalt. De kinderen staan letterlijk in de kou. Ze gaan weer geholpen worden hun toekomst in eigen handen te nemen. Kind in de knel organisatie is op zoek naar acts van vaders en/of vaderfiguren die met succes gescheiden kinderen, met name jongens, op een beter spoor van onderwijs kunnen brengen. Waardoor zij een hoger niveau krijgen. Het kunnen politici zijn met een boodschap. Het gaat er om dat politici een competitieve leergang voor deze kansarme doelgroep in gang zetten en in stand houden. Het kunnen ook goochelaars zijn die het ontbreken van leerstof bij het onderwijzend personeel aan de vrouw en op creatieve wijze aan de kinderen presenteren.
Een goed voorbeeld is het werk van televisie advocaat en presentator Prem Radhakishun in een 10-delige reportage serie. Daarin is te zien hoe hij alles uit de kast haalt om basisschool kinderen die eerder weinig kansen kregen, klaar te stomen voor de Cito-toets. Ik hoop dat deze serie de eerste stap zet. Als kinderen horen dat ze dom zijn, door wie dit ook gezegd wordt, of dat ze het niet kunnen, laat ze het vergeten. In allen van hen schuilt de kracht om de Cito toets te halen. En aan het eind van de basisschool gaan mijn zoon en ik samen feest vieren. Opdat niemand ooit kan zeggen dat hij iets niet kan of dat iets niet kan. Het onderwijs dat hij krijgt deugt niet. Hij is geweldig. Deal? Wij gaan het maken.
Gescheiden kinderen en ouders hebben allemaal hun dromen en zien die in rook opgaan. Omdat ze van hun juf te horen hebben gekregen dat ze eigenlijk niet goed genoeg zijn om de eindtoets goed te maken. Kinderen van veelal maatschappelijk geslaagde ouders, met een leerachterstand, veroorzaakt door hun eigen basisschool. Wij gaan de uitdaging aan en zetten alles op alles om de leerachterstand weg te werken en de kinderen op een hoger niveau te krijgen. Tot nu toe lukte dat, opvallend genoeg, niet op de basisschool. Het huidige onderwijssysteem en het te laat constateren van leerachterstand, legt een enorme druk op gescheiden kinderen. Ook komt voor dat op voorhand een te laag resultaat wordt verwacht, waardoor kinderen soms niet eens mee mogen doen met de Cito toets. Al met al vallen te veel kinderen tussen de wal en het schip.
Die scholen krijgen veel geld van de overheid om hun werk te doen. Duizenden kinderen worden niet goed opgeleid. Dat kost de ouders veel geld. Wij accepteren dit niet langer. Duidelijk moet gemaakt worden wat het falende onderwijs doet met deze prachtige kinderen. Wij helpen hen in hun strijd te slagen. Ieder kind kan het beste in zich naar boven halen. Als het onderwijs maar genoeg zijn best doet. Als de kinderen op de juiste wijze les krijgen en op de juiste wijze geïnspireerd.
Niet op tijd gecommuniceerd met de vader
Uit onderzoek blijkt dat de meeste kansarme kinderen uit groep 8 na externe begeleiding een schooladvies krijgen dat 1 tot 3 niveaus hoger ligt dan aanvankelijk door de basisschool wordt gegeven. Gescheiden kinderen van presterende ouders hebben genetisch in zich om óok te presteren, maar dat komt door het bestaande onderwijs dat ze volgen, er niet goed uit. Dat gaat wél lukken met de juiste lessen en de juiste aandacht. Men kijkt te weinig wat we zouden kunnen doen om dit kind op een hoger niveau te krijgen. Vaak komt daar bij dat kinderen pas aan het eind van groep 7 of zelfs 8 te horen krijgen dat er een achterstand is op allerlei gebieden en dat er
niet op tijd gecommuniceerd is met de vader.
Weekends
In Nederland hebben talloze kinderen een leerachterstand. Daardoor scoren zij te laag op de Cito-toets. Sommigen mogen de toets zelfs niet eens maken. Prem Radhakishun probeert tien van hen zover te krijgen dat ze de toets tóch nog met succes kunnen maken. Ieder weekend logeren deze scholieren bij Prem, waar zijn kennissen lesgeven in onder andere taal, rekenen en studievaardigheden. Ook zorgt hij ieder weekend door middel van workshops en speciale gasten er voor dat de kinderen hun talenten ontwikkelen en meer zelfvertrouwen krijgen. Een weekend bij deze vaderfiguur is heel gezellig. Een kind kan goed omgaan in zo'n weekend en werkt goed samen.
Woensdagmiddag
Daarnaast bezoekt hij de huishoudens van de kinderen, om te zien hoe het er daar aan toe gaat en of de goede bedoelingen wel worden volgehouden. In de laatste aflevering zal blijken of de leerlingen een goed Cito-toetsresultaat hebben gehaald.
De leeftijd van de kinderen in de video is hoger dan die van de eigen kinderen van de minister van financiën. De zoon van de CEO van Kind in de knel is nu 11 jaar oud. Voor hem is de Cito toets volgend jaar. Het voorlezen van
voorlezen
van Wouter Bos is dus een compromis. Als éen van de leerlingen die ooit achterstand had, over 25 jaar minister president is en ik zit in een bejaardentehuis en ik heb ook hulp nodig dan kan ik hem bellen en zeggen hé man, press, regel dit. En dan moet hij wel de telefoon opnemen en me niet laten afschieten door éen van zijn assistentjes. En niet zeggen: het systeem stond het niet toe.
De school van Prem is ontstaan in samenwerking met tweede kamer onderwijs deskundige
Mariëtte Hamer, voorzitter oudervereniging
Marijke van Hees en
Wouter Bos organisatie.
Labels: Opvoeding, Weekend
Een gescheiden man weet na vier jaar juridische strijd eindelijk een omgangsregeling voor zijn kinderen af te dwingen. Op een gegeven moment besluit zijn ex-vrouw de kinderen niet mee mee te geven. Tot wie kan vader zich dan wenden?
In de uitzending:
- Vader Bas van 't Hoff
-
Ruud Luchtenveld is indiener van het initiatief wetsontwerp over scheiden zonder
rechter en over de vormgeving van voortgezet ouderschap na scheiding. Hij is lid
van de 2e kamer voor de VVD.
- De advocaat van de vader, Jan Martijn Wigman, vindt het
wetsvoorstel van Luchtenveld nog lang niet ver genoeg gaan. Een rechter kan een
straf opleggen, maar doet dat nooit. Wigman vindt dat deze zaken in de toekomst
in het strafrecht behandeld moeten worden. “Een goede mogelijkheid zou zijn het
opnemen in het strafrecht en het niet meewerken aan een omgangsregeling
strafbaar te stellen. Daarmee geef je een duidelijk signaal af aan mensen die
niet mee werken. Die weten wat de sancties zullen zijn. En het openbaar
ministerie moet vervolgens zorgen voor handhaving. Ik denk dat dit de problemen
grotendeels zal oplossen”.
Jaap Jongbloed heeft een gesprek met één van de laatste politieke activisten voor het alleenstaand moederschap, tevens vice president van de rechtbank te Utrecht, Nanneke Quik-Schuijt. In haar fundamentelistische opvatting is een klein kind voor 100 procent aangewezen op de moeder en niet op de vader. Zij is voorzitter bij de raad voor de kinderbescherming, heeft bestuursfuncties bij de vereniging advocaten scheidingsbemiddelaars en bij de vereniging voor vrijgevestigde psychotherapeuten. In september 2001 maakte ze deel uit van een schaduwkabinet van de socialistische partij. Ook heeft ze een nevenfunctie bij een mediatie cursus van een instituut voor psychologen.
In het huidige rechtsproces moet de vader steeds het initiatief nemen om een dwarse moeder tot naleving van afspraken en regels te brengen. In de ogen van de moeder is híj dan de kwade pier. Dat vormt een bron voor ruzie en conflicten tussen de ouders, waarmee de kinderen te maken kunnen krijgen. Beter is wanneer de familie van de vader of het meldpunt kindermishandeling het op zich neemt de ex aan te spreken. Dan kan de vader een vriendelijke rol naar de ex blijven houden.
Wat kan justitie zelf doen om voor de naleving van de eigen rechterlijke uitspraken zorg te dragen? Dat zou vaders ontlasten en dat is wat nodig is. Kan tegelijk met het doen van de uitspraak een boete bij niet naleving worden opgelegd? In elk geval gebeurt het nu te weinig. Een introspectie binnen de rechterlijke- en wetgevende macht is op zijn plaats.
Daarbij is het een goed signaal als het parlement omgangsweigering in het strafrecht brengt. Daarmee geeft zij de handhaving in handen van het openbaar ministerie. België en Frankrijk zijn ons land daarin voor. Eerder bij verkeershandhaving in Nederland zijn bekeuringen met een beroepsmogelijkheid en justitiële incasso uitvoerbaar en effectief gebleken. Het maakte een eind aan jarenlang geharrewar en gepolitiseer binnen justitie over gedogen en strafmaat voor de verschillende typen verkeersovertreders. Maar waar het om gaat is dat duidelijkheid, systematiek en lik op stuk een jarenlang ruziën over naleving tussen gescheiden ouders voorkomt. Dat is nodig voor kinderen en hún belang.
Commentaar van Ghislain Duchâteau (coördinator van het Belgische samenwerkingsverband van Ouder- en belangenverenigingen bij scheiding):
Het was een uitstekende TROS-uitzending. Het authenticiteitsgehalte lag zeer hoog. In zijn volle omvang werd de vader-ellende van Bas van 't Hof en de uitzichtloosheid van zijn situatie naar zijn kind toe geschetst.
Hoe is die situatie toch zo gegroeid in nederland? Frustratie van omgang is er geen misdrijf. Het komt ons onvoorstelbaar voor dat rechters het belang van het kind inroepen om vaders de toegang tot hun bloedeigen kind te weigeren.
Ghislain Duchâteau
Peter Tromp legt de vinger op de wonde, toont heel duidelijk de verkeerde ingesteldheid van de rechter aan als hij met betrekking tot het gesprek met familierechter Quik-Schuijt schrijft:
“De uitzending heeft met name in het interview met Quik-Schuijt goed blootgelegd, waar het probleem nu al 30 jaar ligt, namelijk de onwil en discriminatie van de rechterlijke macht naar vaders en kinderen. Vaders worden niet belangrijk voor hun kinderen gedacht, alleen moeders zijn belangrijk. Dus doet men gewoon niets anders als roepen dat het ze zo ter harte gaat, alleen lippendienst.”
- Het ware belang van het kind ligt in het
duurzaam contact met elk van zijn beide ouders na scheiding. Dat de nederlandse
rechters dat dan toch eens eindelijk gaan inzien! De nederlandse politieke overheid
moet zoals in België zich eens ernstig en diepgaand bezinnen om de
ouderproblematiek bij scheiding effectief aan te pakken en op die manier de
eindeloze drama's zoals in de uitzending doen voorkomen. Alleen dan zal in
nederland een humanisering van het familieleven tot stand komen.
Bert Kerkhof
Noot: Jan Marijnissen van de socialistische partij heeft de redactie van Kindindeknel op zaterdag 26 februari laten weten dat “de in het burgerlijk wetboek vastgelegde regeling voor de SP niet voldoet, vooral als één van de beide partners er op uit is het omgangsrecht te saboteren. Daarom vind hij het wetsvoorstel van de heer Luchtenveld (VVD) een goed voorstel en de SP heeft dit gesteund in de tweede kamer.”
Ruud Luchtenveld
is loco-burgemeester van Amersfoort, wethouder ruimtelijke ordening, wonen
en verkeer en heeft nevenfuncties als voorzitter van de monumentencommissie
en van de stichting koninkrijkssamenwerking. Linda van Dort werkte eerder voor
het TROS consumentenprogramma Radar, als freelancer voor Hart van Nederland
en SBS6 Actienieuws. In 1996 won ze de CNN Award voor haar milieu reportage.
Labels: Handhaving, Weekend
Het blad Socialisme en Democratie is een uitgave van de Wiardi Beckman stichting, het wetenschappelijk bureau van de pvda.
Aan het recht van omgang met kinderen na echtscheiding wordt slecht de hand
gehouden. Juridisch mag dan de 'continuering van het familieleven' na
echtscheiding goed geregeld zijn, in de praktijk van alledag, zo betoogt
Hoefnagels, wordt dat 'mensenrecht' in Nederland veelvuldig geschonden, met
ontwrichte kinderlevens tot gevolg.
Sinds 1972 kunnen gehuwde mensen van elkaar af op grond van duurzame
ontwrichting. Korte tijd kon door de gedagvaarde partij nog een beroep worden
gedaan op 'een grotere mate van schuld van de ander', maar ook dit laatste
restant schuldbeginsel is uit de wet verdwenen. De 'duurzame ontwrichting'
functioneert als een verschoningsbeginsel waar ook de vrouw in ruime mate
gebruik van maakt. Volgens onderzoeken uit de jaren tachtig werd de scheiding in
75 procent van de gevallen door de vrouw aanhangig gemaakt. In mijn
bemiddelingspraktijk neemt de vrouw vaker het initiatief tot scheiden dan de
man.
Van 1974 tot heden heb ik de echtscheidingscultuur zien veranderen. Kort na het
nieuwe echtscheidingsrecht van 1972 ontdekte ik de bemiddeling en sindsdien heb
ik wekelijks met twee scheidende mensen aan tafel gezeten en 1000
scheidingsovereenkomsten gemaakt. Dat wil zeggen, van nabij zag ik de psychologie, de zaken en juridiek van de scheiding zich ontwikkelen. Ik noem enkele veranderingen:
- Het maatschappelijke taboe op de echtscheiding is verdwenen.
Maakten we in de jaren zeventig, beginjaren tachtig, met de scheidenden nog een
plan hoe familie en vrienden, de werkgever en de kennissen van hun scheiding op
de hoogte te stellen, nu is dat alleen bij uitzondering een probleem.
- De schuldcultuur is verdwenen, de psychologie van het schuldgevoel
natuurlijk niet. Het schuldgevoel wordt aan de bemiddelingstafel omgezet in een
gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een scheidingsovereenkomst. Maar in de
cultus van de twee-advocaten procedures en in een aantal rapporten van de raden
voor kinderbescherming blijven (of bleven) schuld en schuldtoewijzing vaak
virulent aanwezig.
- De vrouw neemt vaker het initiatief tot scheiden dan de man.
- De 'Victoriaanse scheiding' - de oudere man verliet het huwelijk
met een jongere vrouw, bij voorkeur zijn secretaresse - verdween ten gunste van
de emancipatoire scheiding: De vrouw zegt de man vaarwel om reden van haar eigen
ontwikkeling en wegens een onbevredigende relatie.
- De oude discussie over de hoogte van de alimentatie verlegt zich
vooral naar de duur van de alimentatie. Hierbij wordt door de vrouw haar
carrière ter sprake gebracht. Dat wil zeggen dat de bemiddelingsdiscussie in de
kaders van levensperspectieven en leeftijden van man en vrouw wordt gevoerd,
zoals daar zijn: de schoolleeftijden van de kinderen en het achttiende jaar van
het jongste kind, de data van de bijdragen studiefinanciering, en de pensioen
leeftijden.
- Een variant is de vrouw van in de dertig of veertig die zeventig
procent voor de kinderen zorgt en uitrekent wanneer en hoe zij haar carrière nog
tijdig tot volle bloei brengt, Terwijl de man aanbiedt graag een paar jaar extra
aanvullende alimentatie te betalen als zij haar groter aandeel in de zorg voor
kinderen nog iets langer zou willen voortzetten.
Opkomst van de Nieuwe Vader
-
De belangrijkste verandering is de nieuwe vader. Stond de vader van de jaren
zeventig meestal ver van de rechtstreekse praktische zorg voor de kinderen
(dus nog dichtbij de negentiende eeuwse vaak afstandelijke vader), nu is de
zorgvader naast de zorgmoeder een gewone verschijning geworden. Ik zie dat niet
alleen om me heen en bij mijn eigen kinderen, maar hoor dat ook aan de
bemiddelingstafel. Ofschoon er zelden menselijke vooruitgang valt te bespeuren
in deze wereld, lijkt dit vooruitgang.
Vaders die net als moeders van jongs af aan nabij zijn aan hun kinderen, hen
verzorgen, met hen meegroeien, die niet alleen afwassen en een ei bakken, maar
gewoon kunnen koken, soms lekkerder dan zij het kan (zoals Ad Melkert naar ik
vernam); die de was doen en de luiers verschonen.
Mocht de jonge vader drie kwart eeuw geleden nog niet bij de bevalling zijn
en mocht hij buiten de kraamkamer wachten tot de zuster met de baby kwam,
vijftig jaar geleden zette hij zijn eerste schreden in de kraamkamer en, na wat
voorzichtige oefeningen, is hij nu, bij alle verschil, een hulp de vrouw bijna
gelijk. Hij is evenveel in de babykamer als moeder, loopt achter de kinderwagen
of heeft het kind in de draagdoek.
De nieuwe vader
Verdomd, die onwrikbare, statige, afstandelijke negentiende eeuwse vader is
verdwenen. Hij is zelf anders. Hij doet de huishouding niet hetzelfde als de
vrouw, zoals de directrice niet hetzelfde handelt als de directeur. Zelden zie
je vooruitgang, maar hier zie je het.
Gezag en omgang
Informatie over de nieuwe wetgeving inzake gezag en omgang valt bij de mensen
die via bemiddeling scheiden als Gods woord in een ouderling. Er wordt aan de
bemiddelingstafel niet over 'recht op het kind' gesproken, maar over
beschikbaarheid en zorg, contact en oppas. Want recht op contact kan wederzijds
een plicht tot oppas betekenen. Er wordt gesproken over collegiale samenwerking
van twee gezagsdragers die voor hun kinderen moeten zorgen. Al hebben zij hun
rol van huwelijkspartner, wel hebben zij te maken met hun beider rol als ouder,
gebaseerd op het recht van het kind op beide ouders.
Tot die collegiale gezagssamenwerking, in welke vorm dan ook, distant of hartelijk, functioneel of amicaal, zijn zij verplicht, al of niet met een incompatibilité de humeur, voor het leven. In eenvoudige termen: de minimum doelstelling van een scheidingsovereenkomst is: dat men gelijkelijk ontevreden is. Maar de noodzaak van de overeenkomst ziet, en op de hoogtepunten van het leven van de kinderen zonder problemen samen aanwezig is. In de meeste gevallen wordt een hogere doelstelling bereikt.
Wanneer mensen echter in een twee-advocaten procedure om de kinderen gaan
strijden, lijkt het een bokswedstrijd zonder regels, een catch as catch can, waaronder kinderen lijden en ouders hun respect verliezen. Paul Vlaardingerbroek rekende uit dat er jaarlijks zo'n 16.000 echtscheidingen met kinderen zijn en in 10 procent ervan wordt over de kinderen geprocedeerd (zie literatuurlijst). Dat betekent dat jaarlijks 1600 van zulke procedures worden gestreden; hierbij gaat het om 3200 kinderen die onderhevig zijn aan déloyale (=haatdragende) gevechten van hun tot in de vezels gespannen ouders. Alleen de commercieel denkende advocaat wint aan zo'n strijd, want iedere emotie is goed voor een procedure. Rechters doen hun
best eruit te komen, maar niet zelden zie je ze denken: 'Als God het niet meer
weet, weer de raad het nog'.
'De raad' is de raad voor de kinderbescherming, maar de raad kent vaak de wet
niet, gedoogt dat de verzorgende ouder de omgang stopzet en adviseert de rechter
de verzorgende ouder maar niet te storen in haar 'beleving van de andere ouder'
en de omgang te minimaliseren ('zaterdagmiddag van twee tot vijf eenmaal per
veertien dagen'). Is dat 'voortzetting van ouderlijk gezag' of voortzetting van
een kind-ouder-relatie?). Soms zelfs wordt de stopzetting door de rechter
beloond met een ontzegging van omgang, zelfs zag ik het dit jaar nog bij twee
ouders met gezag, iets wat volgens artikel 377h B.W.1 helemaal niet kan (de
rechter kan bij gezamenlijk gezag op verzoek van de ouders of één van hen de
omgang vaststellen van het kind met de ouder bij wie het kind zijn gewone
verblijfplaats niet heeft.) Er staat niet: de rechter bepaalt of er omgang
plaatsvindt. In geval van gezamenlijke gezagsuitoefening is ontzegging van
omgang onmogelijk (zie 377h). Gezag impliceert contact.
In een recent raadsrapport valt te lezen dat er geen bezwaar is tegen omgang van
het kind met vader, maar in haar beleving(!) is die omgang onduldbaar voor
moeder. Ten einde raad volgt een rechter het advies van die strekking. Einde
contact van het kind met zijn vader. Einde van een mensenrecht voor kind en
ouder.
De juridische basis
En dat het hier over een mensenrecht gaat - deze keer niet ver weg, maar
dichtbij, heel dichtbij, de meest dicht bij zijnde: je vader, je moeder, je kind
- is zonneklaar. Daarvoor hoeft men slechts naar internationale verdragen te kijken.
Niet alles wat uit europa komt is vanzelfsprekend. Artikel 8 van het europees Verdrag van de Rechten voor de Mens (EVRM) is dat wel. De mensen die dat bedachten, waren wijs. Ze kenden waarschijnlijk niet alle ontwikkelingspsychologische literatuur, maar toch durfden ze, wars van de toenmalige wetgeving en praktijk, wars van de toen bestaande taboes op echtscheiding, de continuation of family life, ook na echtscheiding, ook zonder huwelijk, voor ieder kind en iedere ouder tot mensenrecht te verheffen, de beleving van de moeder ging boven de waarheid,
boven de werkelijkheid en boven de rechten van de mens, van het kind en van de
vader hoogste norm die het recht kent. Als de implementering van dit mensenrecht
in de dagelijkse praktijk gebrekkig is, als jaarlijks tienduizenden kinderen
hier onder lijden, is dit van urgent belang voor de politiek en zal dat
mensenrecht en die implementering niet mogen ontbreken in de
verkiezingsprogramma's van politieke partijen.
Het EVRM is vanaf 1950 geldig, maar de Nederlandse overheid is niet erg ijverig
geweest met de invoering en uitvoering ervan. Het Internationaal Verdrag van de
Rechten voor het Kind is in 199O gesloten en in 1995 door Nederland ondertekend.
Kinderen worden niet alleen beschermd. Kinderen hebben ook eigen rechten. In de
jaren zeventig verscheen het rapport Wiarda over rechten van kinderen. Kort
daarna schreven 'zeven jeugdrecht specialisten' in het Nederlands Juristenblad over de rechten van minderjarigen. 0ok in de jaren zeventig baarde het Marx-arrest opzien, waarin iedere discriminatie van kinderen (ten onzent:
'onwettige', 'natuurlijke; 'overspelige' kinderen en 'kinderen na
echtscheiding') op grond van het EVRM werd verboden en uit de nationale
wetgeving moest worden geëlimineerd. In de jaren tachtig kwam de Hoge Raad met
een voorzichtig arrest over voortzetting van ouderlijk gezag als een eerste stap
naar 'de continuering van family-life'. Het was een niet mis te verstane
verwijzing naar het private domein in artikel 8 van het EVRM.
Na aanmaningen van de europese commissie werd de vereiste continuering van 'family life' na echtscheiding van het kind met beide ouders in Nederland in 1990 in de wet vastgelegd door een omgangsrecht van rechtswege voor de ouder die geen gezag had. Voor de ouder die gezag had, was dat al vanzelfsprekend (gezag impliceert omgang). Alleen indien 'zwaarwegende belangen' van het kind dit vereisten, kon uitsluitend de rechter hier een uitzondering op maken voor de ouder zonder gezag. Ik heb dit wetsvoorstel mee mogen behandelen in de Eerste Kamer en was er zeker van dat vijandige scheidingsemoties de relatie van het kind met de andere ouder niet meer konden frustreren. Staatssecretaris Kosto was daar ook van overtuigd.
Sinds 1998 is voortzetting van het gezamenlijk ouderlijk gezag van beide ouders
na echtscheiding wet. Ook deze wet vloeide rechtstreeks voort uit het europees
Verdrag van de Rechten voor de Mens. Daarmee werd het contact met beide ouders
nog eens extra verankerd als mensenrecht. Sinds het arrest van de Hoge Raad van
van 10 september 1999 is dat nog eens bevestigd: geen eenhoofdig gezag, tenzij
een ouder 'een onaanvaardbaar risico' voor het kind zou zijn (Men kan zich
afvragen: zou het geen 'onaanvaardbaar risico' zijn als een ouder omgang
frustreert, omdat hij/zij niet boven de scheidingsemoties staat?). Hoe dan ook,
met dit verdrag en deze wetgeving en de steeds duidelijker uitspraken van de
Hoge Raad, zou een weldenkend mens zeggen, is de voortzetting van de relatie van
het kind met iedere ouder na scheiding stevig vastgelegd en gewaarborgd. Na
bijna vijftig jaar gold dit mensenrecht ook voor de vele tienduizenden kinderen
van gescheiden ouders in Nederland.
Moeders wil is wet
Maar pas op, toen ik in 1995 na het wetgevend werk in de Eerste Kamer weer volop
in de praktijk van het familierecht terechtkwam, bleken Verdrag, wet en
mensenrechten in de praktijk een illusie. De 'deskundigen' van de staatssecretaris van justitie bij de raden voor de kinderbescherming bleken in veel gevallen de wet van 199O niet te kennen. Niks geen continuering van family life; niks geen mensenrechten in Nederland, niks geen kind-ouder relatie als de verzorgende ouder het niet wilde. Nee hoor, alles ging gewoon door zoals het ging onder de onder de oude wet en alsof het ook door Nederland getekende EVRM niet bestond.
Peter Hoefnagels
In augustus 2OO1 verzekerde de directie van het hoofdkantoor van de raden mij in
een aangenaam en vertrouwenwekkend onderhoud dat er thans reeds anders gewerkt
wordt door de raden, dat de primaire verantwoordelijkheid, ook bij conflicten,
bij de ouders ligt en de dat hun interventie altijd begint met het centraal
stellen van die verantwoordelijkheid, dat de raad voor verplichte bemiddeling is
alvorens te kunnen procederen over kinderen, kortom dat reeds veel verbeterd is
bij de raden. Wat ik hier beweer zou dus reeds tot het verleden behoren. Helaas
constateer ik in de harde en weerbarstige praktijk dat de goede bedoelingen van
de directie nog lang niet alom geïplementeerd zijn. Ik ga dus nog even door.
Raden voor de kinderbescherming en advocaten deden vaak niet mee aan de nieuwe
wet. Als de ouder bij wie het kind verbleef (in 90 procent van de gevallen de
moeder) de overeenkomst van omgang, eenzijdig en uitdrukkelijk in strijd met de
wet, stopzette, vroeg de advocaat van de omgangs-gefrustreerde ouder in kort
geding niet om voortzetting van de overeenkomst tussen de ouders, maar om een
omgangsregeling door de rechter. Op dit bij uitstek private domein deed men
alsof de privaatrechtelijke overeenkomst niet gold.
Maar ook omgangsregelingen die door de rechter werden vastgesteld bleef de
verzorgende ouder zo maar stopzetten. Moeders wil is wet en de wetgever kon met
zijn blote benen naar bed. En als de raad voor de kinderbescherming werd
ingeschakeld, deed dit overheidsorgaan alsof het mensenrecht niet bestond en het
nam niet eens de moeite om de verzorgende ouder op haar schending van
mensenrecht te wijzen, noch de rechter te verwittigen als het 'stopzetten'
voortduurde, zelfs niet wanneer de rechter de omgang zelf had opgelegd. In
Nederland gaan 'discontinuering van family life', relatieverbreking en
'stopzetting van de omgang', hoe onwettig ook, tot op de dag van vandaag door.
Ook de politiek, systematisch bestookt door brieven over dit onrecht, toch
ijverig als het mensenrechten in verre landen betreft, deed alsof continuering
van het familieleven in Nederland niet als een mensenrecht bestond.
Een verouderde cultus
Hoe is dit alles mogelijk? Er is iets taais dat in de weg zit, een taai slijm
dat in een verouderde Cultus is genesteld en waartegen we een medicijn moeten vinden.
Wat de raad voor de kinderbescherming aangaat zijn er evidente
aangrijpingspunten voor de politiek en de verkiezingsprogramma's. De raden
vallen immers onder de politieke verantwoordelijkheid van de staatssecretaris
van Justitie. Uit enkele tientallen onderzoeken naar raadsrapporten en
-adviezen, door mij gedaan om expertises aan rechtbanken en hoven uit te
brengen, kan ik het volgende concluderen:
- De raadsmedewerkers waren niet op de hoogte van de nieuwe
wetgeving noch van het EVRM. Als moeders de omgang stopzetten informeerde de
raad haar niet over wet en verdrag, noch gaf het rapport enig blijk dat de raad
zich realiseert dat hij in een wettelijk en justitieel kader werkt.
- De beleving van de verzorgende moeder dat zij 'er niet tegen kan
dat het kind contact beeft met vader' ging boven de feiten. De beleving van de
moeder ging boven de beschikbaarheid van de vader. De beleving van de moeder
dat 'hij het kind wel eens iets zou kunnen aandoen' ging boven de feitelijke
constatering van de raad 'dat er tegen een omgang met de vader geen bezwaar was
in te brengen' en er in de twee jaar dat vader wel omgang had, alleen maar een
goede relatie met vader was gebleken. De beleving van de moeder ging boven de
waarheid, boven de werkelijkheid en boven de rechten van de mens, van het kind
en van de vader.
- Moeder wilde zelf geen contact met vader en nog geen contact
tussen vader en kind 'omdat zij er niet tegen kon' en dat werd zonder meer
aanvaard. Het onderzoek werd dan ook aan twee tafels apart gedaan, hetgeen niet
strookt met de huidige kennis omtrent de psychologie van de echtscheiding en in
één geval bovendien in strijd was met de opdracht van de rechter die de zaak
aanhield voor bemiddeling, niet strookt met de voortzetting van het gezag van
beide ouders noch met de Beleidsbrief van de Staatssecretaris aan de Tweede
Kamer dd. 1997 die bemiddeling en overeenkomst voorstaat.
- De psychologie van de scheiding komt in de besluitvorming niet
uit boven 'een sentiment voor de moeder'. Dit sentiment is alleen verklaarbaar
uit een verouderde opvatting van de zorgende moederrol en een achterlijke
miskenning van de nieuwe vaders.
- De wens van moeder om vader (zoveel mogelijk) buiten te sluiten
komt voort uit haar gebrek om in haar ouderrol boven haar scheidingsemoties te
staan. Wie daaraan toegeeft miskent een oud rechtsadagium: 'aan eigen slechtheid
(of gebrek) kan men geen recht ontlenen'.
Summa summarum: het taaie slijm zit 'm in een verouderde cultus van verouderde opvattingen over vaders en moeders, onkunde van Verdrag en wet, miskenning van de rechten voor de mens en gebrek aan kennis van de psychologie van het scheidingsproces.
De oorzaak
De oorzaak van frustratie van omgang of contact door een van de ouders was in
alle gevallen die ik onderzocht het non-adieu, dat is een gebrek in het
afscheidsgesprek tengevolge van een gebrek aan scheidingsmelding, waardoor
onverwerkte scheidingsemoties bij de ex-partners ontstaan, die liefde in haat
doen verkeren. In alle door mij onderzochte gevallen bleek de afwezige of
onvoltooide scheidingsmelding de oorzaak van de onverwerkte emoties (noot 1). In
geen van de duizend bemiddelingen, waarin de scheidingsmelding aan de orde kwam,
werd de relatie van een kind met een ouder verbroken.
De laatste tijd constateerden we een gunstige verandering in de
rechtspraktijk: de rechter hield zo'n vermaledijde procedure over het kind aan
om te verwijzen naar de bemiddelaar.
In een zaak die ik kortgeleden voor een door de rechter verplichte bemiddeling
kreeg, was bijna drie jaar gevochten voor rechtbank en hof. Vele rechters hadden
er vele uren aan besteed. Na drie uur bemiddeling was er een omgangsovereenkomst. In andere zaken met door de rechter opgelegde bemiddeling kwam de omgang wel meteen tot stand, maar waren meer bemiddelingszittingen nodig om de strijdbijl te begraven.
De gevolgen van de verbreking van de ouder-kind relatie zijn zeer serieus:
tijdens de anderhalf tot vier jaar durende procedures leert het kind dat
agressie, boosheid en vervreemding tussen ouders normaal is dat een relatie zo
maar kan wegvallen, dat je tegen beter weten in onwaarheden over je vader of
moeder mag zeggen, dat een ouder verstoten wordt. Tenslotte ondergaat het kind
het ouder verstotings syndroom, zoals de amerikaanse hoogleraar
kinderpsychologie Richard Gardner beschrijft in zijn The Parental Alienation
Syndrome, waarbij identiteitsverlies optreedt, waardoor het kind vaak pas op
dertig- of veertigjarige leeftijd een therapie zal doormaken.
Hoe voorkomen we procedures over kinderen?
Advies aan wetgever, rechter en Orde van advocaten: barrières opwerpen tegen
twee-advocaten procedures in het algemeen en in het bijzonder over kinderen.
Hierbij kan aangesloten worden bij de Beleidsbrief van de staatssecretaris van
justitie 1997 aan de Tweede Kamer, waarin zij schrijft: Scheidende mensen zijn
primair zelf verantwoordelijk voor de rechtsgevolgen van hun scheiding. D.w.z.
dat zij tot overeenkomsten dienaangaande moeten komen, desgewenst met een
bemiddelaar. De aanbeveling van de staatssecretaris leidt tot het primaat van de
overeenkomst en, daarvan afgeleid, het primaat van de bemiddeling. Wat let de
wetgever om geen eenzijdige verzoeken tot echtscheiding of aanverwante
procedures toe te staan zonder daaraan voorafgaand gebleken serieuze pogingen om
tot overeenkomsten te komen? (noot 2)
Zeker in kinderzaken is verplichte bemiddeling noodzakelijk, want de juridische
processen functioneren als exercitievelden van vechtende ouders die in strijd
zijn met het belang en de ontwikkeling van het kind. Het is niet goed in een
oorlog groot te worden. Het kind dient beschermd te worden tegen zulke
respectvernietigende, tijdrovende, de kinderleeftijd en het kinderlijk tijdbesef
verre overschrijdende, geldverslindende en kindermishandelende procedures,
waardoor de overheid, in casu de wetgever, de wapens leveren en waaraan de
Nederlandse Orde van Advocaten geen grenzen stelt. Alleen reeds de tijdsduur
nodig om de rapporten van de raad voor de kinderbescherming te maken, is in
strijd met het kinderlijk tijdsbesef en ontzet kinderlevens.
Bovendien zijn de meeste rapporten overbodig, want ze gaan nog over de vraag
'wie de beste of de slechtste ouder is'. Sommige rapporten lijken meer op
gesubsidieerde roddel dan op serieuze forensische rapportage Pro Justitia. De
vraag naar de beste of slechtste ouder komt nog uit de tijd dat één ouder de
macht kreeg en de andere niets en mist relevantie. Dat mag de overheid ook niet
onderzoeken, niet tijdens huwelijk en niet na scheiding, want datzelfde
ouderlijk gezag loopt bij echtscheiding door. Zo'n onderzoek is ook in strijd
met een ander mensenrecht, namelijk het privacy-beginsel, neergelegd in art. 8
EVRM.
De onderzoeken van de raad in scheidingszaken naar de relaties stammen uit
een tijd dat het Europees Verdrag van de Rechten voor de Mens niet bestond (of
nog niet was doorgedrongen) en de raad nog moest uitzoeken 'wie de beste en
minst schuldige ouder was.' Onder het verdrag en de huidige wet daarentegen
waren beide ouders na scheiding even goed of slecht geacht als tijdens huwelijk.
De kwaliteit van de ouders is tijdens huwelijk en na scheiding rechtens niet aan
de orde. Tenzij een kinderbeschermende maatregel nodig zou zijn, maar daarmee
verlaten we het private domein van de echtscheiding en het lijkt me zeer de
vraag of de raad die een privaatrechtelijke kwestie na echtscheiding onderzoekt
dit onderzoek zonder vorm van proces mag veranderen in een publiekrechtelijk
kinderbeschermingsonderzoek. Het gaat hier immers om private rechten van
kinderen en ouders op contact met elkaar, niet om kinderbeschermingsrecht.
Rechten van kinderen, zoals neergelegd in het omgangs- en gezagrecht, behoren
tot het privaatrecht; kinderbeschermingsrecht heeft een publiekrechtelijk
karakter (waarvoor de raden voor de kinderbescherming destijds zijn ingesteld).
Sinds op echtscheiding geen taboe meer rust, sinds de schuld aan scheiden
geen reden meer is om iemand het gezag te onthouden (dat was ongeveer een eeuw
geleden zo) is echtscheiding geen signaal om kinderen te beschermen. Het is bij
de vele fouten die de raden tot nu toe maakten in zaken van omgang en gezag de
vraag of de raden voor de kinderbescherming zich niet tot hun kinderbeschermende
taak en het kinderbeschermingsrecht met zijn maatregelen moeten beperken.
Het recht kan slechts kaders scheppen voor familierechterlijke relaties, niet
de relatie zelf verbeteren.
Literatuur
- Meerjaren beleidsplan 2001-2004 van de raden voor de kinderbescherming.
- Peter Hoefnagels, Handboek scheidingsbemiddeling, Mediation als methode van recht en psychologie. Tjeenk Willink, Deventer, tweede druk, 2001.
- Peter Hoefnagels, Gelukkig Getrouwd Gelukkig Gescheiden. Bemiddeling en overeenkomst bij trouwen en scheiden (publieksuitgave) 5e druk. L.J. Veen, Amsterdam 2001.
- Paul Vlaardingerbroek: Omgangsrecht. Een lezing over omgangsrecht en zijn juridische (on)mogelijkheden. Lezing aan de KUB te Tilburg op 14 maart
2000.
Noten
- Over de scheidingsmelding, zie mijn Handboek Scheidingsbemiddeling en
Gelukkig Getrouwd Gelukkig Gescheiden.
- Soms is het mogelijk en wenselijk om het belang van een kind (en ouder)
inzake family life op een meer directe manier na te streven, namelijk door
tussen de ouders te verschuiven. De wet biedt daartoe meerdere mogelijkheden.
Zie hiervoor verder het onderwerp 'paradoxale toewijzing' in het Handboek
Scheidingsbemiddeling.
Deze voordracht voor de conferentie over omgangs(on)recht, georganiseerd door 'Actiecomité Stop Omgangsonrecht' en 'PvdA vrouwen' in Theater Concordia in Den Haag op 31 mei 2001, voor Kamerleden en andere genodigden werd gepubliceerd in het blad Socialisme en Democratie (feb 2002).
Labels: Weekend